Blog Gerard van der Wees, voorzitter a.i.

19 jun 2020
De VHVL is in aantal leden niet de grootste beroepsinhoudelijke vereniging. Verre van, zou ik willen zeggen. Het ledental schommelt zo rond de 200 leden. Tegelijkertijd is het aantal actieve HVL-fysiotherapeuten aanzienlijk. Het zou me niet verbazen, als dat aantal boven de 1500 actieve therapeuten ligt. Een groot aantal fysiotherapeuten die zeer regelmatig met patiënten bezig zijn binnen het domein van de HVL. Die twee getallen staan niet in de goede verhouding tot elkaar. Van de actieve HVL-fysiotherapeuten zouden er toch zeker 2/3 aan de VHVL verbonden moeten zijn. Dus pakweg zo’n 1000 fysiotherapeuten. Hierbij spreek ik bewust van verbinding. Daarmee laat ik de vorm open. Want in de huidige tijd zijn verenigingslidmaatschappen niet meer de meest voor de hand liggende organisatievormen.

Verbijzondering HVL fysiotherapie

Netwerken zijn daarvoor tegenwoordig meer geëigend. De vorm is ook niet het belangrijkste. Vanuit het belang van het vak bezien is het belangrijk, dat er een goede structuur ligt, waarmee de vakgenoten op de één of andere manier met elkaar verbonden zijn. Dat is belangrijk om daarmee een goede kwaliteit van het vak te kunnen borgen.

Naast structuur is cultuur net zo belangrijk. En dan met name een cultuur van constant willen verbeteren, kwaliteit willen leveren en die kwaliteit naar een steeds hoger plan willen brengen. En als kers op de taart ook een cultuur van elkaar aanspreken op het nakomen van afspraken op dit terrein.

Voor dat soort zaken is een verbindende structuur noodzakelijk. Een structuur waarmee je naar de omgeving en stakeholders kunt laten zien, wat de HVL-fysiotherapeut doet en waar hij/zij voor staat.

Dit soort overwegingen liggen ten grondslag aan de aanvraag voor verbijzondering van de HVL-fysiotherapie. Daarmee wordt een kwaliteitsslag gemaakt voor dit onderdeel van ons mooie vak. Tegelijkertijd is daar ook een samenwerkingsverband voor noodzakelijk om kwaliteit te borgen.

Twee elementen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Naast andere elementen, overigens. Maar deze twee zijn wel de basis. Zoals bekend wordt er gewerkt aan de aanvraag voor verbijzondering. Voor 1 augustus wordt de definitieve aanvraag hiertoe ingediend.

Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verbetering van de verbinding met allerlei partijen binnen ons domein. We zoeken contacten met regionale netwerken en zoeken naar mogelijkheden om ze te verbinden met de VHVL. En niet alleen via de zorgzoeker, maar verdergaand dan dat. Vanuit die gedachte is er ook contact gezocht met CZN. Om te bezien, wat de VHVL en CZN voor elkaar kunnen betekenen. Dat leverde een constructief gesprek op. Net zoals ook gesprekken met regionale netwerken momenteel constructief zijn.

Uiteindelijk is het de uitdaging om zoveel mogelijk regionale netwerken van klein tot groot met elkaar te verbinden, waarin de VHVL een faciliterende en regisserende rol kan vervullen. Alles ten dienste van een steeds hogere kwaliteit van de HVL-zorg om daarmee onze patiënten optimaal te kunnen bedienen. Daar is veel voor nodig, te beginnen met erkenning van het specialisme en een goede verbinding van alle betrokkenen. En daar werken we als bestuur momenteel hard aan.

Trefwoorden: