Prof. Dr. Martijn Spruit geïnaugureerd als hoogleraar Revalidatie bij chronisch orgaanfalen, i.h.b. fysiek functioneren

19 dec 2017
Op vrijdag 8 december 2017 om 16:30 uur heeft Prof. Dr. Martijn Spruit in een volle aula zijn oratie uitgesproken ter aanvaarding van de leerstoel Revalidatie bij chronisch orgaanfalen, i.h.b. fysiek functioneren aan de Universiteit Maastricht.

Prof. Dr. Martijn Spruit wetenschappelijk adviseur in CIRO en hoogleraar aan de universiteiten in Maastricht en Hasselt.

Prof. Dr. Martijn Spruit is wetenschappelijk adviseur in CIRO Horn en werkzaam als hoogleraar aan de universiteiten in Maastricht en Hasselt (B). Hij heeft een wereldwijd netwerk en focust in zijn wetenschappelijk onderzoek onder andere op fysiek functioneren, spierdysfunctie, inspanningstesten, fysieke activiteit en specifieke niet-farmacologische interventies bij patiënten met chronisch orgaanfalen. Hij is eerste en co-auteur van gerenommeerde (inter)nationale richtlijnen en vele wetenschappelijke peer-reviewed artikelen. Er zijn reeds 14 wetenschappers en artsen gepromoveerd onder zijn begeleiding en momenteel begeleidt hij 14 andere mensen in hun promotieonderzoek.

De titel van zijn oratie was: “Longrevalidatie is maatwerk”. De rode draad in de oratie was de heterogeniteit en complexiteit van COPD, dat maatwerk vergt tijdens de gepersonaliseerde longrevalidatie. Door middel van citaten uit het boekje ‘De weg terug’, geschreven door prof. dr. Paul Sporken, werd de impact van COPD nader geïllustreerd. In zijn oratie had hij belangrijke boodschappen. Longrevalidatie is binnen de categorie hoog-complexe zorg een zeer complexe behandeling met op dit moment een lage mate van voorspelbaarheid van de benodigde kwantitatieve en kwalitatieve inzet en van het beloop, en waarbij interventies continu worden bijgesteld op grond van nadere diagnostiek en observatie. Volgens Prof. Spruit moeten we op basis van de mate van complexiteit samen bepalen of COPD-patiënten geschikte kandidaten zijn voor longrevalidatie. De patiënten met meervoudige problematiek zijn volgens hem ideale kandidaten voor een klinisch of poliklinisch revalidatieprogramma zoals die worden aangeboden door de Longcentra Nederland. Hoog-complexe behandelingen dienen te worden vormgegeven in een interdisciplinaire en hoogtechnologische omgeving. Ondanks dat de longfunctie niet verbetert, worden over het algemeen positieve resultaten met de longrevalidatie bereikt. Er is echter nog steeds ruimte voor verdere verbetering. We zien namelijk een differentiële respons. Volgens Prof. Spruit moeten we de waarde van de geleverde revalidatiezorg inzichtelijker maken voor patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars. We moeten op zoek gaan naar en de nadruk leggen op de patiëntwaarde (gedefinieerd als: de patiënt relevante uitkomsten, gedeeld door de kosten per patiënt voor de gehele zorgcyclus om deze uitkomsten te behalen). Deze zogenaamde value-based healthcare is gericht op het maximaliseren van de waarde van zorg voor de patiënt en het reduceren van de zorgkosten.

Het lijkt volgens hem dan ook een misvatting om de effectiviteit van een interdisciplinair, allesomvattend longrevalidatieprogramma samen te vatten middels één test en/of vragenlijst. Hij gaf aan dat hij zich de komende jaren nationaal en internationaal wil inspannen om de patiëntwaarde voor longrevalidatie nader te definiëren en te implementeren. Verder gaf hij aan dat dat de positieve impact van vroegtijdige longrevalidatie behoorlijk wordt onderschat. Het doorverwijzen naar pre-revalidatie onderzoeken na ontslag uit het ziekenhuis zou zelfs een toekomstige kritieke proces-indicator moeten zijn voor ziekenhuizen. Een belangrijke uitkomstmaat, die momenteel nagenoeg volledig wordt genegeerd in de internationale COPD behandelrichtlijnen, maar een enorme impact heeft op het dagelijks functioneren, is vermoeidheid. Vermoeidheid komt echter veelvuldig voor bij COPD-patiënten. Driekwart van de COPD-patiënten die onder behandeling zijn bij een longarts hebben matige tot ernstige vermoeidheid, drie keer zoveel in vergelijking met gezonde ouderen. Opmerkelijk is het dat de ernst van COPD totaal geen verband vertoont met de mate van vermoeidheid. Dit suggereert dat er andere factoren vermoeidheid bestendigen. De huidige longmedicatie heeft geen positief effect op vermoeidheid bij COPD-patiënten. Anderzijds, een interdisciplinaire, gepersonaliseerd longrevalidatieprogramma heeft wel een positief effect op klachten van vermoeidheid. Prof. Spruit heeft een multicenter studie opgezet om dit symptoom nader te bestuderen.

Namens de VHVL wensen we Prof. Dr. Martijn Spruit heel veel succes in zijn carrière als hoogleraar en we hopen op een diepgaande constructieve samenwerking met het KNGF en in het bijzonder met de VHVL.

Trefwoorden: